Dag Nathalie,
Uganda is een heel speciale reis geweest, meestal in de positieve betekenis van “speciaal”. Het is zeker geen bestemming voor de doorsnee toerist, maar een heel dankbare bestemming.
Uganda is ongetwijfeld het meest authentieke stukje Afrika dat ik heb mogen meemaken. Daarmee vergeleken zijn Kenia en Zuid-Afrika gewoon pretparken. Het comfort wat je in de traditionele safari-bestemmingen vanzelfsprekend vindt, is helemaal niet zo gewoon. Electriciteit en stromend water zijn niet altijd voorhanden, de accommodaties zijn vaak heel simpel, en je vraagt je soms af hoe ze het voor elkaar krijgen om 3 maaltijden op een dag te serveren. Maar daarvoor krijg je zoveel goede wil, charme en een echt thuisgevoel voor terug. En het heeft wel iets: je warm water moet je bestellen, en dan sta je in je blootje, in het schemerduister te wachten tot je “kamer-verantwoordelijke” (een vriendelijke maar pikzwarte neger) een grote bidon in een grote zak uitkapt en je douche heerlijk begint te stromen. Of wat dacht je ervan om midden in de nacht wakker te worden van een stevige “boenk”, en een schuddende tent. ’s Morgens merk je dan dat je tafeltje in het midden van de tent ligt, en besluit je dat je nachtelijk bezoek hebt gehad van een groot beest... Maar zoals gezegd: je voelt je 200% relaxed en thuis: je geniet van prachtige uitzichten vanuit je tent, oerwoudgeluiden wiegen je in slaap en maken je ’s morgens ook weer wakker, en alle mensen doen het onmogelijke om je een aangenaam verblijf te geven. Zonder iets te vragen wordt je kledij gewassen en je wandelschoenen gepoetst, op koude avonden in de bergen krijg je een warmwaterkruik in bed, dragers zouden niet alleen je rugzak maar ook jouwzelf de berg opsleuren als het nodig is,... en altijd met diezelfde glimlach.
Uganda draagt nog zeker de sporen van de dictatuur, en de vraag is of de democratie kan standhouden. De mensen zijn arm, de infrastructuur is heel beperkt, en ook de dieren komen maar langzaam aan terug. In vergelijking met de “pretparken” zie je dus veel minder wildlife, en ze zijn ook schuwer. Een veel grotere uitdaging dus om een geslaagde foto te maken. Daar tegenover staat dat je bijna geen andere jeeps of toeristen ziet, en dus veel rustiger en langer naar de dieren kunt kijken. Een uurtje naar een familie leeuwen kijken of een 6 meter lange python bespieden is dus gewoon mogelijk. En natuurlijk heb je het “specialleke” waarvoor iedereen eigenlijk naar Uganda wil: de gorilla’s en andere primaten. Het is opnieuw iets wat je niet als doorsnee toerist moet aanvatten: de trekking naar de gorilla’s is een strijd op leven en dood voor elke meter oerwoud. Nooit zo vuil geweest, en nooit zo moe geweest. Ik heb aan opgeven gedacht! Maar dan zijn ze er: de zachtmoedige en rustige gorilla’s, die je diep in de ogen kijken en dan gewoon verder doen waarmee ze bezig waren: eten en slapen. Een uurtje dat een heel mensenleven bijblijft. Hoe verschillend met de chimpansees: dat blijken agressieve drukdoeners te zijn, die met takken en fruit naar hun bezoekers gooien, of ze zelfs een douche met uitwerpselen bezorgen. Het veelvuldig wandelen in de savanne en de verschillende types oerwoud is vermoeiend, maar laat toe om het land en de dieren op een ongelofelijke manier te ontdekken en te beleven.
Heel veel indruk maakt ook het contact met de bevolking. Als Nzungu (witte man) ben je natuurlijk een bezienswaardigheid. In de meer stedelijke omgevingen zien ze je stilaan ook al als een wandelende zak geld. Maar eens buiten de stad zijn de mensen heel hartelijk. Het leven is extreem hard (we zagen hoe het slachtoffer van een verkeersongeval gewoon achterin een pickup werd gegooid om hem later voor z’n hut te dumpen), de levensvoorzieningen zijn minimaal (1 maaltijd per dag van de smakeloze ‘Matoke’ is de standaard), maar de mensen zijn dankbaar. Zoals iemand uit de groep het verwoordde: wij hebben alles en zijn teleurgesteld voor wat we nog niet hebben, zij hebben niks en zijn blij met wat ze wel hebben. Het is aangrijpend als iemand op z’n knieën zit en de ontvangen kinder-T-shirts wegsteekt met de woorden “dit zal het kerstcadeau worden voor de kinderen. Met Kerstmis denken wij aan jullie...”). Je smelt als een meisje van 5, met een broertje op haar rug en een reuzachtige bamboe-stok op haar hoofd, een koekje aanneemt en verlegen glimlacht. Je staat versteld als achter een haag van palmbladeren een schooltje van 600 leerlingen schuilgaat met slechts 4 leerkrachten. Dan blijkt pas hoeveel geld 20 euro voor hun is.
Er is maar 1 speciale gebeurtenis die wat minder aangenaam was: naar goede gewoonte probeert AndersDanAnders het maximale te bieden in z’n programma. Ook onze gids Leo heeft er alles aan gedaan om ons zoveel mogelijk te laten zien en te laten beleven. Je bent dus van ’s ochtends zeeeeeer vroeg op pad, vaak voor lange dagen, en soms tegen een hels tempo. Alleen laat de infrastructuur van Uganda het niet toe om tijd te winnen of wat sneller te gaan. Dat hebben wij wel geprobeerd, en dat liep dus verkeerd af. Tegen 90 km/h begaf de ophanging van de jeep: van de piste geslingerd, in de lucht gecatapulteerd, en vervolgens nog 150 meter door de bush gehobbeld. Gelukkig hebben we geen rots of boom geraakt en zijn we dus op onze wielen gebleven. Niemand gewond, alleen flink door elkaar geschud. Zo zouden we onze persoonlijke first aid kit toch nog nodig gehad hebben!....
Maar ook daar zullen we later nog smakelijk om lachen. Wat mij betreft een heel bijzondere ervaring, dankzij een professionele omkadering, dankzij de onmetelijke charme van de lokale bevolking, en dankzij het prachtige land en zijn wildlife. Dit kun je maar 1 keer meemaken.
Dat jullie geen kaartje gekregen hebben heeft maar 1 reden: er is zo weinig toerisme in Uganda, dat het ook niet uitgebaat wordt: er zijn nauwelijks postkaarten en nog minder postzegels te vinden. Dus zul je het moeten doen met de foto’s in bijlage...
Groeten Raf

|